Crime Scene Investigation, ofte CSI, is gespecialiseerde eenheid binnen de Federale politie die zich bezighoudt met het verzamelen en classificeren van sporen uit een plaatsdelict.
Ik mocht met Daniël (Eerste Hoofdinspecteur) mee op afstapping naar een inbraak. Daar zocht hij achter vinger- en schoensporen.
Een CSI onderzoekt zowel inbraken als verdachte overlijdens. Op deze plaats delicten is de CSI verantwoordelijk voor het verzamelen van sporen, het documenteren alsook voor het veiligstellen van de sporen.
Nadat ze alle sporen verzameld, gefotografeerd, genoteerd en geclassificeerd hebben worden ze gedistribueerd naar gespecialiseerde afdelingen om deze te sporen te analyseren. Er kan gezegd worden dat de CSI een voedende functie heeft.
Vaak moet een CSI naar de rechtbank om voor een rechter, of volksjury, te vertellen wat ze gevonden hebben en hoe dit gelinkt kan zijn aan het misdrijf.
Er zijn veel verschillende soorten sporen, zo heb je twee grote groepen
Directe sporen: vingerafdrukken en DNA-gerelateerde sporen (zoals haar, sperma, bloed, …).
Indirecte sporen: schoensporen
Een CSI moet proberen constant een open blik te houden en niet beginnen te speculeren, want dit kan leiden tot verkeerde sporenverzameling of zaken over het hoofd zien.
Als je het woord loods hoort, denk je niet automatisch aan één van de meest stresserend beroepen. De bedoeling is schepen veilig in de haven loodsen.
Met Fabio mocht ik mee op de Maxine. Het schip moest van de ene kant naar de andere kant van de have. Fabio omschrijft het beroep van loods als volgt: “Het is een beroep dat je bij de pinken moet zijn.”
Dit beroep is vandaag veel ruimer en complexer geworden door onder andere de globalisering, de toename van technieken en de schaalvergroting. De kern is er nog altijd: schepen, groot en klein, veilig in de haven loodsen, maar er zijn veel extra aspecten bijgekomen. Zo moet een loods constant communiceren met de gezagvoerders en de wal (bijvoorbeeld verkeersdienst, radar, sluis), om ongevallen te voorkomen.
Door deze globalisering komt een loods in contact met veel verschillende nationaliteiten. Daarom wordt van een loods verwacht dat hij meertalig is en zich diplomatisch kan opstellen.
De loods geeft advies aan de kapitein van het schip over hoe te navigeren in de haven, maar sommige manoeuvres zijn te complex. Daarom is een loods getraind om het schip in moeilijke situaties veilig aan wal te brengen, met behulp van diverse manoeuvres.
In België zijn er 350 loodsen verdeeld over vier korpsen: kust-, rivier-, kanaal- en zeeloods. Elke loods moet daarom de kennis hebben van de wet-, decreet- en regelgeving van zijn vakgebied.
Brandweer is een zeer hectische job dat mentaal en fysiek een grote tol neemt.
Met Wout mocht ik een bezoek brengen aan Helihaven, de grootste kazerne in Brussel. Dat heeft hij me rondgeleid en mocht ik een oefening meevolgen.
Als brandweer ben je 24 uur paraat voor een oproep. Tijdens deze 24 uur ben je uitgezonden of zit je in de kazerne. Na deze 24 uur ben je drie dagen vrij.
Een typische dag van een brandweer ziet er als volgt uit:
- 8 uur: Appél = Aankleden en controle van voortuig, zorgen dat alles in orde is voordat je wordt uitgestuurd.
- 9 uur: Sport = Zowel kracht als conditie training, de job van brandweer verrijst veel fysieke kracht.
- 10-11 uur: Kuisen = Er wordt 24 uur geleefd in de kazerne, daarom is het belangrijk dat de gemeenschappelijke ruimtes gekuist zijn. Dit houdt in: slaapkamers, douches, eet/ leefruimtes.
- 12-14 uur: Middagpauze = vrij voor op te laden, en eventueel te slapen.
- 14 uur: Appél = Algemene communicatie over wat er die dag nog gebeurt.
- 14:15-16 uur: Praktijk = In deze tijd worden oefeningen uitgevoerd om de voorbereidheid van iedereen te garanderen.
- 16-17 uur: Vrij = Tijd om te recupereren van de praktijk.
- 17-18 uur: Kuisen = Het is belangrijk dat de gemeenschappelijke ruimtes gekuist zijn. Dit houdt in: slaapkamers, douches, eet/ leefruimtes.
- 18- … uur: Avondpauze= Vrij voor op te laden en te slapen.
Een brandweer zal niet alleen branden blussen, maar ook eerste zorgverlener zijn. Daarom is elke brandweer opgeleid om eerste hulp te bieden als ambulancier. Daarnaast zijn er veel verschillende takken waar in gespecialiseerd kan worden, zoals:
- RISC = op hoogte werken met touwen.
- Gasmat = met giftige stoffen werken.
- Duikploeg = Altijd paraat voor te duiken.
Dit maakt het een beroep met veel groeimogelijkheden, maar mentaal en fysiek zeer uitputtend. Als brandweer kom je in contact met alle lagen van de maatschappij en extreme benarde situaties. Daarom is brandweer één van de nobelste beroepen.


